Informatie die naar het oordeel van de basisschool niet nodig is om een plaatsingsbesluit te nemen, maar die wel van waarde is om mee te geven aan de school voor voortgezet onderwijs, kan via de warme overdracht worden uitgewisseld. In het OKI-doc geef je aan of je een leerling wilt bespreken tijdens de tafeltjesbijeenkomst die in juni plaatsvindt. Het gaat daarbij vooral om leerlingen die specifieke onderwijs- of ondersteuningsbehoeften hebben of op een andere manier extra aandacht nodig hebben in het voortgezet onderwijs.

Ook een school voor voortgezet onderwijs kan in ELK, op basis van de ontvangen informatie over een leerling, een leerling aanmelden voor de tafeltjesbijeenkomst.

Breng de ouders op de hoogte dat hun kind besproken wordt tijdens de tafelbijeenkomst. Wijs de ouders daarbij op het doel van de tafeltjesmiddag en het belang van een goede warme overdracht.

Opzet tafeltjesmidddag

Tijdens de tafeltjesmiddag vindt een gesprek plaats tussen een medewerker uit het basisonderwijs die de leerling goed kent en een medewerker uit het voortgezet onderwijs, denk bijvoorbeeld aan een brugklas- of zorgcoördinator.

De medewerker van de basisschool bepaalt zelf welke informatie van belang is voor het voortgezet onderwijs. Natuurlijk kan ook de school voor voortgezet onderwijs doorvragen of verheldering vragen over wat in het OKI-doc staat.

De betrokken medewerkers uit primair en voortgezet onderwijs ontvangen vooraf een rooster voor de middag, waarop de gesprekken over de aangemelde leerlingen ingepland staan. U heeft maximaal 10 minuten tijd om een leerling te bespreken. Bereid vooraf goed voor welke informatie belangrijk is voor het voortgezet onderwijs of wat u over deze leerling wilt vragen aan de basisschool. Het is handig om middels een tablet informatie te laten zien, denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van de leerresultaten van de leerling in een grafiek of een kenmerkend voorbeeld van werk dat de leerling uitgevoerd heeft.

Centraal in de tafeltjesmiddag staan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling. Wat heeft deze leerling (extra) nodig in het voortgezet onderwijs? Wat moeten we in de brugklas van meet af aan in de gaten houden? Wat werkt goed voor deze leerling? Geef concrete handelingsadviezen.

Leidraad voor gesprek

Deze leidraad is een hulpmiddel waarin enkele richtinggevende vragen of aandachtspunten staan die in het gesprek over de leerling aan de orde kunnen komen. Kijk zelf wat relevant is om tijdens het gesprek in te brengen.

  1. Ondersteunt de Cito-score het schooladvies? Zo nee, bespreek factoren die de discrepantie verklaren.
  2. Op welke vakken heeft de leerling een leerachterstand? Welke extra hulp heeft plaatsgevonden? Waar heeft deze leerling baat bij?
  3. Op welke vakken heeft de leerling een leervoorsprong? Welke extra uitdaging heeft de leerling gekregen? Wat werkt goed bij deze leerling?
  4. Welke factoren bevorderen dan wel belemmeren het leren van de leerling? Denk bijvoorbeeld aan cognitie, werkhouding, motivatie, dyslexie, dyscalculie, sociaal-emotioneel functioneren, fysieke problemen en gezinsomstandigheden. Wat heeft deze leerling (extra) nodig? Welke aanpak werkt goed?
  5. Welke factoren bevorderen dan wel belemmeren het sociaal-emotioneel functioneren en gedrag van de leerling? Welke extra hulp heeft plaatsgevonden? Welke aanpakt werkt goed?
  6. Welke factoren bevorderen en belemmeren de werkhouding en taakaanpak van de leerling? Welke extra hulp heeft plaatsgevonden? Welke aanpak werkt goed?
  7. Is er direct extra aandacht of begeleiding nodig bij de introductie en instroom van de leerling in de brugklas?
  8. Vindt er begeleiding door een hulpverlenende instantie plaats? Denk bijvoorbeeld aan de ouder-kind-adviseur, arts, Bureau Jeugdzorg, Bascule, ABC, Raad voor de Kinderbescherming.
  9. Is er ten aanzien van het gedrag van de leerling nog iets bijzonders te melden? Ten aanzien van verzuim?
  10. Zijn er gezinsomstandigheden die van belang zijn voor de schoolloopbaan van de leerling? Hoe verlopen de contacten tussen school en ouders?